Lija Hirsch

CD ELIMELECH!


Op de CD ELIMELECH! vertelt Lija Hirsch zelf het verhaal van de Rebbe Elimelech, Het levensverhaal van de rebbe Elimelech, hoe hij opgroeide in het oude Polen, verliefd werd en heel erg wijs.
Muzikale begeleiding van Peter de Leeuw, viool en Sander Veeken, accordeon.

De omslagillustratie van de CD is 'La danse de la vie' van Yoel Benharrouche.



De CD bevat de volgende verhalen en liederen (muziek cursief weergegeven):

  1. Mechoetonim

  2. Een vraag

  3. Az der rebe Elimelech

  4. De ontmoeting

  5. Mojsjele

  6. Dojna en Galicische dans

  7. Verliefd

  8. Papir iz doch wajs

  9. Nog iemand verliefd

  10. Der naje sjer

  11. De ouders

  12. Der opsjit

  13. Een bruiloft

  14. Mazl tow en Chosn, kalle mazl tow

  15. Getrouwd

  16. Boelbe

  17. Kindje

  18. Wiglid

  19. Dansen

  20. Koem Lejbke tantsn

  21. Oud en wijs

  22. Mechoetonim tot slot


Vertaling van de liederen op de CD


3. Toen rebe Elimelech

Toen rebe Elimelech heel vrolijk werd, heeft hij zijn jas uitgedaan,
hij heeft zijn hoed opgezet en twee violisten laten halen.

En toen de violige violisten violig hebben gespeeld,
hebben zij violig gespeeld, dat hebben zij.

Toen rebe Elimelech nog vrolijker is geworden,
heeft hij hawdole [ritueel aan het einde van de sabbat] gemaakt
met de koster Naftole en twee cimbalisten laten halen.

En toen de cimbalige cimbalisten cimbalig hebben gespeeld,
hebben zij cimbalig gespeeld, dat hebben zij.

En toen rebe Elimelech ontzettend vrolijk is geworden,
heeft hij zijn gebedsriemen afgedaan
en zijn bril opgepoetst en twee paukenisten laten halen.

En toen de paukige paukenisten paukig hebben gespeeld,
hebben zij paukig gespeeld, dat hebben zij.


5. Mojsjele, mijn vriend

Hoe is het met je, Mojsje? Ik herken je nog meteen.
Je bent mijn vriend geweest vele jaren geleden.

Op school hebben we ook lang samen les gehad.
Ik zie de leraar nog voor me staan, de stok in zijn hand.

Oj, hoe haal je de jaren terug, die mooie tijd.
Oj, die mooie tijd van de jeugd is al zo lang geleden.

Oj, hoe haal je de jaren terug, Mojsje, mijn vriend.
Oj, naar die boze leraar gaat mijn hart nog steeds uit.

Hoe gaat het met je zus Rachel? Wat zou ik haar nu graag weer zien,
weet je nog hoe ik vroeger verliefd op haar was?

Maar zij hield van Berele, mij haatte ze zonder reden,
in mijn hart is langdurig een ongenezen wond gebleven.

Oj, hoe haal je de jaren terug.
Oj, naar die mooie Rachel gaat mijn hart nog steeds uit.

Hoe gaat het met Berele, wat doet de kleine Bram?
En Zalmele en Jossele?

Ik heb zo vaak aan jullie gedacht, van jullie gedroomd als kinderen,
met mijzelf erbij, wij zijn oude joden geworden ...
Hoe snel gaat het leven voorbij.

Oj, hoe haal je de jaren terug
Oj, naar dat jonge leed gaat mijn hart nog steeds uit.


Tekst en muziek:
Mordechai Gebirtig (1877-1942)


8. Papier is toch wit

Papier is toch wit en inkt is toch zwart,
naar jou, mijn liefste, gaat mijn hart uit.

Ik zou bij je willen zitten, drie dagen aaneen,
om je mooie gezichtje te kussen en je hand vast te houden.

Oj, gisteren was ik op een bruiloft,
ik heb er veel knappe meisjes gezien.
O ja, veel mooie meisjes, maar geen zoals jij,
met je donkere ogen en je zwarte haar.

Je figuur, je manieren, je edele houding.
In mijn hart brandt een vuur, je kan het niet aan me zien.
Er is niemand die kan voelen hoe het brandt,
de dood en het leven zijn in Gods hand.

O, mijn lieve God, verhoor mijn verlangen.
De rijke man geeft U goede zaken,
o, geef mij dan een huisje op het groene gras,
als ik er maar met mijn liefste in mag wonen.


10. Het nieuwe lied

Speel het nieuwe lied toch voor mij,
een lied dat nog maar net bestaat:
ik ben verliefd geworden op een knappe jongen,
maar ik kan niet naar hem toegaan.

Ik wil graag naar hem toe gaan,
maar hij is heel ver weg.
Ik zou hem graag een kus geven,
maar ik schaam mij voor de mensen.

Hoewel, het is niet zo zeer voor de mensen,
als voor God, dat ik mij schaam.
Ik zou bij mijn liefste willen zijn,
als helemaal niemand ons kan zien.


12. Het afscheid

Blijf gezond, mijn lieve ouders,
ik ga bij jullie weg, het is een verre reis,
waar geen wind waait en waar geen vogel vliegt
en waar geen haan kraait.

Blijf gezond, mijn lieve ouders,
ik ga bij jullie weg, het is een verre reis,
moge God jullie geven gezondheid en leven
en mij een voorspoedige reis.


14. Geluk gewenst

Geluk gewenst, gefeliciteerd.
Verheug je, joden, verheug je!
Kom snel, het huwelijksbaldakijn staat klaar!
Oom Josse en tante Gitele zullen een chopke dansen, voetjes van de vloer!

Nu geen vragen, daar komt de bruid,
joden verheug je in dit mooie uur!


(Bewerking: M. Nuis)


16. Aardappelen

Zondag aardappelen, maandag aardappelen,
dinsdag en woensdag aardappelen, donderdag en vrijdag aardappelen,
maar op de sabbat iets bijzonders: een aardappelstoofpot!
Zondag weer aardappelen.

Brood met aardappelen, vis met aardappelen,
's middags en 's avonds aardappelen, altijd maar weer aardappelen,
maar op de sabbat, na het vlees: een aardappelstoofpot!
Zondag weer aardappelen.

Voor: aardappelen, na: aardappelen,
aardappelen, voor en na, aardappelen, na en voor!
Maar op de sabbat iets bijzonders: een aardappelstoofpot!
Zondag weer aardappelen.


18. Wiegelied

Er staat een boompje in het veld, het heeft groene twijgjes.
Daarop zit een vogeltje, het doet zijn oogjes toe.

Aan de groene twijgjes, groeit een gouden appeltje.
Doe je ogen maar toe mijn kind, een zegen op je hoofdje.

Op de groene twijgjes moeten de vogeltjes gaan slapen,
in het water de visjes, boven de groene grassprietjes
moet de wind zijn adem inhouden,
Aj-ljoe-ljoe-ljoe slaap mijn kind.


(Bewerking: M. Nuis)


20. Kom dansen, Leo!

Leo, schat van me, zo wordt het niks:
met die koppigheid van jou maak je me razend.

Je moet leren dansen, dat zweer ik bij ons leven.
Anders is het vandaag nog uit tussen ons.

Je mag zijn wat je wil: een bezeten zionist, een socialist,
wie kan dat wat schelen?
Al die lui, zelfs de vromen,
dansen tegenwoordig de tango en de charleston.

Kom dansen, Leo!
Schaam je niet.
Ik zal het je leren stap voor stap.
Kom mijn lieverd, ga tegenover mij staan en begin tegelijk met mij.

Leo schat, hou mij stevig vast,
ik weet zeker dat je dat kan.
Nu gaan we zweven, ach, dat is pas leven,
als een paar de charleston danst.

Leo, de mannen, die leer ik goed kennen,
ik voel ze aan door met ze te dansen.

Wie er al getrouwd is en wie nog vrij,
dat merk ik al bij de eerste stap:
wie een aardige man is, wie een lomperik of een charlatan,
ik voel het al bij het begin van de dans.

En daarom, Leo liefje, wil ik jou, nu meteen,
de tango en de charleston leren.


Tekst en muziek:
Mordechai Gebirtig (1877-1942).



Terug naar de home page van Lija Hirsch