Ladino
Bron: Wikipedia.
Ladino is de taal van de Sefardische joden in hun toenmalige vaderland
'Sefarad' in Spanje van de 8e tot de 15e eeuw. Het is een sterk aan het Spaans
verwante taal waarin veel Hebreeuwse woorden terug te vinden zijn (vergelijk
met het Jiddisj).
Tijdens de heerschappij van de Arabieren van Spanje in de 7de eeuw mochten
joden net als katholieken en islamieten hun eigen geloof belijden. Het Ladino
beleefde hoogtijdagen op literair gebied.
Door de opkomst van de inquisitie van de Rooms-katholieke Kerk werden de
joden in 1492 gedwongen zich tot het katholicisme te bekeren. Velen
ontvluchtten daarom Spanje en vestigden zich onder andere in de Balkan,
Turkije, het Midden-Oosten en in Noord Afrika, waar de taal zich verder
ontwikkelde.
In de twintigste eeuw nam het aantal sprekers drastisch af. Grote
groepen Sefardische joden werden uitgemoord in de holocaust. Overgebleven
joden verhuisden naar Israël, waar ze het Hebreeuws als de taal van hun
nieuwe vaderland aannamen.
Ladino wordt als minderheidstaal nog gesproken in Israël, Marokko en op de
Balkan, maar vooral door oudere mensen, die de taal niet meer doorgeven aan
hun nageslacht. In enkele Latijns Amerikaanse landen wordt het Ladino ook nog
gesproken binnen Serfardische gemeenschappen.