Wat een rijk en diep gebied, de joodse muziek. Ik houd mij het meest bezig met
Jiddisje liederen, verder ook wat Hebreeuwse en Ladino liederen. Het Jiddisj is
mij door mijn achtergrond het dierbaarst. Mijn moeder sprak het met haar vader,
opa Wolf. Toen ik klein was, hoorde ik het vaak. Iedere avond als zij aan mijn
bed zat, vroeg zij mij: "A sjejn oder a zis mejdl?" En ik antwoordde steevast dat
ik zowel een lief als een mooi meisje wilde zijn.
In ons niet zo muzikale gezin heeft mijn moeder gelukkig toch een paar Jiddisje
liederen voor mij gezongen. Op een dag bracht zij een boek mee uit de stad,
Liederen uit het ghetto van E. Janda. Daarin kon ik verder zelf lezen en nieuwe
liedjes kiezen. En dat gebeurde. Later een cursus Jiddisj in Oxford en lessen en
advies van Ruth Rubin en Zalmen Mlotek in New York en Jacques Halland, Lex
Goudsmit en Chanah Milner in Amsterdam.
Eind jaren tachtig kwam ik in contact met acteur en sprookjesverteller Peter van
der Linden van Theater de Appel in Den Haag. Met hem begon een hele reeks
voorstellingen van joodse sprookjes en liederen, een stuk of vijftig avonden.
Eerst ge‹mproviseerd, dat was erg leuk en spannend, daarna volgens een
afgesproken programma.
Onbegeleid, zoals ik het van Ruth Rubin had geleerd, het volkslied in zijn
puurste vorm: de moeder die zingt voor haar kind, de naaister bij haar werk, de
geliefden voor elkaar. Zo zijn de meeste liedjes tenslotte ontstaan, uit de
emoties en verlangens en dromen van mensen die meestal niet eens konden
opschrijven wat zij schiepen, en overgeleverd van generatie op generatie.
Sinds 1992 werk ik met veel vreugde samen met Nico ter Linden, voormalig
predikant van de Westerkerk en inmiddels zeer bekend auteur. Met hem en onze
onmisbare, geweldige harpiste Gertru Pasveer heb ik afgelopen tien jaar talloze
voorstellingen mogen brengen, in Nederland natuurlijk, maar ook in Belgi‰ en
Duitsland.
Wij brengen een tiental verschillende programma's: met chassidische verhalen,
over Mordechai Gebirtig, de grote componist van Jiddisje liederen, verhalen van
de schrijver Sjolom Aleichem, vele verhalen uit de Tenach, over Chanoeka, het
joodse Inwijdingsfeest, een 4 meiprogramma.
Een aantal hiervan voor het eerst in de synagoge in Delft, want mijn
vader had het fantastische idee om daar een culturele serie te beginnen.
Sinds kort is violist Peter de Leeuw bij ons groepje gekomen. Het nieuwe
chanoekaprogramma maken wij met ons vieren. Ik ben erg blij met zijn
prachtige, warme spel en zijn innige betrokkenheid bij de joodse muziek.
De verhalen zijn joods en de liederen ook. Maar het publiek is overwegend
niet-joods en veelal treden wij op in kerken. Het is bijzonder om mee te maken
hoe ons publiek geroerd kan zijn door de joodse cultuur. Ook vind ik de
gastvrijheid die hiervoor in christelijke kring bestaat heel positief.
Deze muziek is zo warm, menselijk, gaat over allerlei aspecten van het menselijk
leven, zo diep uit de ziel, dat ook mensen met een andere achtergrond erdoor
geraakt worden. Met dankbaarheid zien wij dat gebeuren. Het geeft vreugde
iets wat voor mij zo rijk en betekenisvol is met vele anderen te mogen delen.
Deze tekst is eerder gepubliceerd op Reliflex.